KABOEM wat?

Het theoretisch kader en haar principes

Het tandwielprincipe

KaBOEM is een visuele voorstelling van de effectieve pedagogisch-didactische principes waar je als leerkracht op kan inzetten in het creëren van een krachtige leeromgeving.

De tandwielen symboliseren het samenspel en de dynamiek tussen de 3 actoren en de principes die hiertussen werkzaam zijn. Zowel de leerling als de leraar (en zijn team) kunnen de tandwielen laten draaien en zo elkaar in beweging krijgen.

Deze principes moeten niet afzonderlijk van elkaar bekeken worden. Net de samenhang ervan maakt een krachtige leeromgeving waarin de leerling kan groeien.

Samenspel van 3 actoren

Positieve en veilige leeromgeving

Door een krachtige, positieve en veilige leeromgeving te creëren kan je je leerling helpen ten volle te groeien en ontwikkelen.

De leraar als facilitator

Jij als leraar kan zelf de voorwaarden scheppen die jouw leerling ondersteunen en motiveren en het leerproces voor hem vergemakkelijken en vereenvoudigen.

Het lerarenteam

De uitdagingen waar het lerarenteam van de toekomst mee te maken krijgt zijn talrijk. Collegialiteit, samenwerking en professionalisering zijn onontbeerlijk.

De theoretische principes

De veilige, ondersteunende en positieve leeromgeving

Leren komt tot stand in een veilige, ondersteunende en positieve omgeving met aandacht voor de socio-affectieve en positieve interactie tussen leerling en leraar en tussen leerlingen onderling. Deze interactie is gebaseerd op wederzijds respect, zorg, empathie, warmte, vertrouwen en samenwerking. De krachtige leeromgeving wordt gekenmerkt door hoge verwachtingen en uitdagingen. In zo’n leerklimaat hebben leerlingen enerzijds succeservaringen, maar worden ze anderzijds ook aangemoedigd om hun grenzen te verleggen, met risico op mislukking, zodat ook veerkracht bevorderd en gewaardeerd worden. In dit tandwiel bespreken we de plaats van de leerling en leren, hoe effectief klasmanagement bijdraagt tot een veilig en positief leerklimaat, het belang van kwaliteitsvolle instructie en wat dat dan inhoudt, hoe je als leraar vinger aan de pols houdt door middel van evaluatie, hoe je kan inspelen op de noden van leerlingen door adaptief onderwijs, het belang van uitdagende leeractiviteiten en de waarde van authentieke contexten en tot slot het aanleren van complexe vaardigheden.

1.

Leerling als middelpunt van leren en onderwijzen

Door het perspectief van de leerling als uitgangspunt te nemen, erkennen we niet alleen hun individuele leerbehoeften, maar ook hun eigen interesses, waarden en ambities. Dit zorgt ervoor dat leerlingen zich betrokken voelen en gemotiveerd zijn om te groeien. Daarnaast levert het geven van inspraak aan leerlingen, in bijvoorbeeld de volgorde van opdrachten of het bepalen van een toepassingsopdracht, en het gestaag werken aan zelfstandigheid positieve resultaten op.

Het principe van de leerling in het middelpunt van leren en onderwijzen heeft dus een breed scala aan voordelen. Leerprestaties op gebieden zoals begrijpend lezen, schrijfvaardigheid, academisch zelfbeeld en zelfredzaamheid kunnen verbeteren. Daarnaast bevordert het een positieve houding ten opzichte van school, verhoogt het de betrokkenheid van leerlingen en creëert het een gevoel van samenhorigheid in de klas.

2.

Management van de klaspraktijk

Klasmanagement vormt vaak een uitdaging voor leraren: het klaslokaal is namelijk de plaats waar leerlingen vanuit sterk uiteenlopende sociaal-economische en culturele milieus, met een eigen persoonlijkheid, overtuiging en ervaringen…, samenkomen om te leren.  

Met effectieve klasmanagementstrategieën creëren leraren de essentiële voorwaarden voor niet alleen een veilig leerklimaat waarin elke minuut optimaal benut wordt, maar ook een positief klimaat waarin leerlingen zich goed voelen en succeservaringen beleven wanneer gewenst gedrag benadrukt wordt. Goed klasmanagement heeft dan ook zowel een preventief (in het vermijden van ongewenst gedrag en het benadrukken van goed gedrag) als een reactief (in het bijsturen van gesteld ongewenst gedrag) aspect.

3.

Kwaliteitsvolle instructie

Instructiekwaliteit heeft een enorme invloed op het leerproces en de prestaties van leerlingen en is iets wat we als leraar zelf onder controle hebben, in tegenstelling tot andere aspecten in onderwijs (thuissituatie, ouders, socio-emotioneel functioneren…).

Effectieve instructie zorgt ervoor dat leerlingen de leerstof begrijpen en verwerken, actief betrokken zijn en de juiste leerstrategieën (leren) toepassen om het leren op lange termijn te bevorderen. Daarnaast zorgt instructiekwaliteit voor een positieve en gestructureerde leeromgeving waarin leerlingen zich veilig voelen en gemotiveerd zijn om te leren.

4.

Evalueren om te leren

Evalueren om te leren (ook wel formatief evalueren of formatief handelen genoemd) houdt in dat je als leraar tijdens het leerproces bewust nagaat waar de leerling zich bevindt in zijn of haar leerproces. “Evalueren om te leren” hoeft  geenszins te lijken op ‘klassieke toetspraktijken’.

Het gaat hier immers niet om het toetsen van de leerstof, maar wel om het verzamelen van informatie over de leerling (‘wat kan deze leerling nu al goed of nog niet goed’) zodat de leerling of de klas gericht geholpen kan worden. Dit gebeurt steeds in afstemming met de vooropgestelde leerdoelen, en in een veilige leeromgeving waar leerlingen fouten mogen en durven maken. Op basis van de informatie die de leraar krijgt, kan hij of zij een volgende stap bepalen met als doel de leerling een stapje vooruit te brengen richting het einddoel. “Evalueren om te leren” stelt leraren in staat om het leren van leerlingen op te volgen, tijdig bij te sturen en aan te passen op basis van hun voortgang en behoeften. Het zorgt ervoor dat leerlingen bewust worden van hun eigen leerproces, feedback ontvangen en kunnen gebruiken, en zelfregulerend leren ontwikkelen. Het is een essentieel onderdeel van effectieve instructie.

5.

Adaptief onderwijs

Adaptief onderwijs speelt in op de individuele behoeften en houdt binnen de mate van het mogelijke ook rekening met voorkeuren en wensen van leerlingen. In een adaptieve leeromgeving biedt de leraar leertaken aan die zowel op collectief als individueel niveau uitdagend en aantrekkelijk zijn.

De taak moet dus in die mate complex zijn dat ze  uitdagend is maar niet frustrerend. Op die manier blijven leerlingen betrokken en gemotiveerd.  Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit principe verre van vanzelfsprekend is. In 1b zit je namelijk met een leerlingenpopulatie die zeer uiteenlopend is, waarin de noden, voorkeuren en wensen van elk individu enorm kunnen verschillen. In wat volgt bespreken we dan ook graag enkele laagdrempelige manieren om adaptief onderwijs zowel effectief als haalbaar te houden. We maken ook sterk de link met één van de andere principes (evalueren om te leren) dat als belangrijke voorwaarde geldt.

6.

Uitdagende leeractiviteiten in authentieke contexten

De focus bij het opleiden van leerlingen in de B-stroom ligt op de voorbereiding naar de arbeidsmarkt en het goed kunnen functioneren in onze maatschappij en deze mee vormgeven.

Het principe ‘uitdagend leeractiviteiten in authentieke contexten’ betekent dan ook dat de leeractiviteiten voor leerlingen betekenisvol en relevant zijn, dat de leeractiviteiten uitdagend zijn en dat de taken en contexten bij voorkeur zo realistisch en authentiek mogelijk zijn. Het selecteren van relevante inhouden verhoogt namelijk het engagement, de motivatie en de betrokkenheid van de leerlingen.

7.

Hogere orde-denken en complexe vaardigheden

Onder complexe vaardigheden verstaan we een set van competenties die essentieel zijn voor leerlingen om succesvol te zijn in onze maatschappij, zowel in hun persoonlijke leven als in hun toekomstige loopbanen. Hogere orde-denken verwijst naar een hoger niveau van denkvaardigheden waarbij leerlingen complexe cognitieve processen gebruiken om informatie te begrijpen, analyseren, evalueren en synthetiseren.

In kaBOEM onderscheiden we de volgende vaardigheden:

  • Probleemoplossend denken en samenwerkend leren: Dit omvat het identificeren van problemen, het genereren en evalueren van oplossingen, het selecteren van de beste aanpak en het monitoren van de effectiviteit ervan. Het creëren van leeromgevingen die probleemgestuurd leren stimuleren, bevordert ook de ontwikkeling van deze vaardigheden, waarbij leerlingen actief betrokken zijn bij het oplossen van authentieke en relevante problemen. Het belangrijkste is dat leraren hierbij een rolmodel zijn, waarbij ze ondersteuning bieden, vragen stellen, heuristieken en probleemoplossende vaardigheden aanleren, feedback geven en structuur bieden.
  • Kritisch denken: Het stimuleren van kritisch denken bij leerlingen houdt in dat ze hun denkvermogen gebruiken om problemen op te lossen en op een creatieve manier te denken. Het stellen van uitdagende problemen en het aanbieden van boeiende teksten moedigt leerlingen aan om kritisch te denken en hun gedachten te ontwikkelen.
  • Hogere-orde denken: Dit heeft betrekking op het gebruik van metacognitieve strategieën om nieuwe en bekende concepten met elkaar te verbinden en complexe procedures op een hoger niveau uit te voeren. De ontwikkeling van hogere denkvaardigheden, zoals die vereist zijn bij begrijpend lezen en sociale interactie, speelt hierbij een belangrijke rol. Het bevorderen van hogere-orde denken stimuleert leerlingen om dieper na te denken en een beter begrip te ontwikkelen.
  • Zelfregulerend leren: Het aanleren van leerstrategieën, zoals samenvatten, doorvragen…, en metacognitief denken is van groot belang. Het verbetert de leesprestaties en helpt leerlingen bij het monitoren van hun begrip tijdens het lezen. Het stellen van doelen, reflectie op het eigen leren en zelfinstructie zijn eveneens effectieve strategieën voor het bevorderen van zelfregulering. Het vergroten van de kennis van leerlingen over hoe ze zelfhulpbronnen kunnen toepassen om betrokken te blijven in de klas draagt ook bij aan hun zelfregulatie.

De leraar als facilitator

De leraar als facilitator straat aan het roer van het leerproces. Hij of zij instrueert en begeleidt leerlingen om leerlingen tot leren te brengen. Niet alleen door middel van goede instructie, stuurt de leraar als facilitator het leerproces, maar ook door te inspireren, te ondersteunen en te begeleiden. Belangrijk zijn hierbij de overtuigingen van de leraar over leren en onderwijzen, de vakdidactische kennis waarover de leraar moet beschikken en de verwachtingen die de leraar van de leerlingen heeft en uitstraalt.

1.

Overtuigingen van de leraar over leren en onderwijzen

Op welke manier je jouw rol als leraar voor de klas wil invullen, de doelstellingen die je voor jezelf stelt, je overtuiging omtrent wat er werkt in jouw klas drukken onmiskenbaar een stempel op je lesaanpak.

Leraren die geloven dat ze invloed hebben op het leren van leerlingen en vertrouwen hebben in de capaciteiten van leerlingen, vertonen een positieve correlatie met zowel cognitieve als non-cognitieve resultaten van leerlingen. Overtuigingen spelen dus een rol bij het opzetten van een krachtige leeromgeving. Verder is het ook nog belangrijk te weten dat die overtuigingen kunnen veranderen, bijvoorbeeld door deelname aan professionaliseringstrajecten waarbij leraren aangezet worden tot reflectie over hun eigen lesaanpak.

2.

Vakdidactische kennis

Vakdidactische kennis (Pedagogical Content Knowledge (PCK)) kan gezien worden als een belangrijke voorwaarde voor een effectieve leeromgeving. Het betreft enerzijds de vakinhoudelijke en -didactische kennis waarover je als leraar beschikt om je vak te kunnen geven. Anderzijds is het een concept dat ook verder gaat dan dat.

Het stelt leraren ook in staat om onderlinge verbanden tussen de onderdelen van het curriculum te duiden, om te bepalen welke voorkennis essentieel is om nieuwe leerinhouden te leren en om misconcepties te kunnen voorspellen en proactief hiermee rekening te houden in het lesontwerp. PCK is dus een belangrijke voorwaarde om als leraar weloverwogen en goed geïnformeerde keuzes te maken en dus tot een leeromgeving te kunnen creëren.

Leraren met een goed ontwikkelde PCK kunnen hun instructie beter afstemmen op de behoeften en begrip van hun leerlingen. Ze begrijpen hoe ze complexe concepten kunnen vereenvoudigen, relevante voorbeelden kunnen geven en verbanden kunnen leggen met de voorkennis van de leerlingen. Leraren met goede PCK hebben dus een positieve invloed op het leren van studenten.

Ten slotte speelt PCK ook een belangrijke rol in de professionele ontwikkeling van leraren. Door bewust te zijn van hun eigen kennis, kunnen leraren gericht werken aan het verbeteren van specifieke aspecten van hun onderwijspraktijk. Door te blijven leren en reflecteren op hun PCK, kunnen leraren hun instructie voortdurend verbeteren.

3.

Hoge verwachtingen

De verwachtingen die je als leraar hebt over je leerlingen kleuren je lesaanpak. Leraren die geloven dat hun leerlingen de doelen zullen behalen creëren een ander klasklimaat dan hun collega’s die hier niet in geloven.

Het stellen van hoge verwachtingen voor alle leerlingen is een belangrijk element in het creëren van een veilige, ondersteunende en positieve leeromgeving en heeft een grote impact op de leerresultaten van je leerlingen.  Leraren die overtuigd zijn dat de doelstellingen door iedereen behaald kunnen worden en deze positieve verwachtingen ook uiten naar hun leerlingen creëren een stimulerender klimaat voor hun leerlingen.

Hoe uitdagender een doel wordt geformuleerd, hoe beter er gepresteerd wordt. In klascontext zouden we dit kunnen vertalen naar uitdagende inhouden en taken aanbieden aan alle leerlingen met de ondersteuning van een leraar die gelooft in hun capaciteiten zorgt voor hoger beheersingsniveau van de doelen.

Collegialiteit, samenwerking en professionalisering binnen (en buiten) lerarenteams

De uitdagingen (maatschappelijke veranderingen, groeiende diversiteit, uitdagingen van het inclusief onderwijs, technologische vernieuwingen …) waarmee onze samenleving en dus ook een lerarenteam moet omgaan, zijn talrijk. Het lerarenteam vormt dan ook het derde cruciale tandwiel om KaBOEM te laten draaien. Inzetten op collegiale samenwerking, zoals bijvoorbeeld het samen nadenken over en ontwerpen van lessen, is één van de succesfactoren in het realiseren van KaBOEM. Een krachtige leeromgeving voor leerlingen vergt een collaboratieve leercultuur op school, gericht op het leren van leerlingen en leraren. Succesvolle lerarenteams nemen samen de verantwoordelijkheid op voor het leren van hun leerlingen en geloven erin dat ze samen een cruciaal verschil kunnen maken. Hierbij speelt ook professionalisering een belangrijke rol. Het is een laagdrempelige en kostenefficiënte manier om verbeteringen aan te brengen in de lespraktijk, met een directe impact op het leren van de leerling.

1.

Collegialiteit

Collegialiteit begint met het delen van verhalen en het zoeken naar hulp bij collega’s. Deze interacties kunnen zowel expliciet als impliciet aanwezig zijn binnen een schoolomgeving, zoals in de lerarenkamer, waar leraren een veilige ruimte hebben om hun hart te luchten. Collegialiteit kan zich verder ontwikkelen tot onderlinge afhankelijkheid tussen collega’s, waar leraren lesmateriaal en voorbereidingen met elkaar delen, samen creëren en elkaar versterken in hun rol als leraar. Dit aspect van collegialiteit sluit nauw aan bij samenwerking.

2.

Samenwerking

Samenwerking kan namelijk verschillende vormen aannemen. Zo kunnen er gezamenlijk lessen van elkaar worden geobserveerd om elkaar te ondersteunen in het verbeteren van de onderwijspraktijk. Leraren kunnen ook samen lesvoorbereidingen maken of kleine vakoverschrijdende activiteiten organiseren. Deze vormen van samenwerking zijn belangrijk, omdat ze een cultuur van wederzijdse ondersteuning en groei bevorderen. De ultieme vorm van samenwerking is het gezamenlijk ontwerpen van leeromgevingen. Dit houdt in dat leraren samenwerken om innovatieve lesplannen, curriculum en pedagogische benaderingen te ontwikkelen. Door samen te werken bij het ontwerpen van leeromgevingen kunnen leraren profiteren van elkaars expertise en creativiteit, waardoor ze beter kunnen inspelen op de behoeften van hun leerlingen.

3.

Professionalisering

Onderzoeken over effectieve didactiek, over de werking van ons brein of over klasmanagement leveren steeds nieuwe inzichten op. Als lerarenteam is het dan ook belangrijk om de vinger aan de pols te houden en resoluut te kiezen voor levenslang leren. Professionalisering neemt dus een cruciale voorwaarde om steeds te streven naar beter onderwijs

Effectieve professionalisering en het duurzaam implementeren van effectieve praktijken vereist uiteraard een schoolcultuur die dit allemaal ondersteunt. Collegialiteit van lerarenteams en het kunnen samen ontwerpen en bespreken van lessen kunnen hiertoe bijdragen. Het samen ontwerpen van een krachtige leeromgeving voor de B-stroom en deze samen in de praktijk brengen, gericht op het leren van leerlingen en hun leraren, lijkt ons een waardevolle aanbeveling om het nieuwe conceptuele kader in de klaspraktijk te kunnen genereren.

Wetenschappelijk onderzoek

Wil je meer te weten komen over het wetenschappelijk onderzoek achter het KaBOEM-kader?  Download hier het de beleidssamenvatting of de deelstudies. Het onderzoek is gekaderd in het projectonderzoek “Effectieve leeromgevingen in de B-stroom van de eerste graad van het secundair onderwijs, gefinancierd door de Vlaamse Overheid.

Logo Onderwijs Vlaanderen
Logo VUB
Logo KUL
Logo Thomas More
Logo PXL

Lees aanbevelingen om je eigen klaspraktijk te versterken